>

Zomer 1972; de zon schijnt over de weilanden en geeft een vrij blik naar de Stompe Toren, het kerkje van Spaarnwoude. Verderop landen de vliegtuigen op Schiphol. Het uitzicht staat voor altijd gegrift in het geheugen. Een vredige tijd waarbij mijn blik niet verder reikte dan de weilanden voor ons, en de scheepswerf en het water achter ons. Het lied Het Dorp van Wim Sonneveld klinkt zo nu en dan door de luidspeakers van onze houten stereo.
Die zomer zou achteraf alles bepalend zijn voor mijn grote liefde voor gitaren. Want in het kader van een uitwisselingsprogramma tussen Belgische en Nederlandse jongeren hebben mijn ouders besloten om een Belgische jongen in huis te nemen; Didier Ruykersvelde. Didier had een eigen kamer en had ook LP’s mee genomen om zich in de verloren uurtjes te kunnen vermaken. Een van de LP’s was Deep Purple in Rock van Deep Purple. Daarop staat het nummer Child in Time, een nummer wat  door Didier en tot ergernis van mijn moeder grijs werd gedraaid. Omdat mijn moeder het niet mooi vond, vond ik het ook niet mooi. Punt uit!

Maar in het onderbewustzijn was de kiem inmiddels al gelegd, alleen was ik het me toen nog niet goed bewust. Die bewustwording volgde pas een paar jaar later. Het uitzicht was inmiddels ingeruild voor een uitzicht op een schoolplein in Haarlem Noord. Samen met mijn broer luisterde ik in 1976 al een beetje naar muziek en via Radio Luxemburg werden de hits als Crazy on You van Heart, Peace of Mind van Boston de ether in geslingerd. Even daarvoor werd ik door een vriendin van mijn broer geattendeerd op Magic Man van Heart. Ik vond het geweldig. Een nieuwe tijd was aangebroken. En tussen al deze muziek door hoorde ik ook Smoke on the Watervan Deep Purple. Mijn aandacht was inmiddels erop gericht om meer van deze band te weten te komen.Ik wilde er meer van weten. Het zware gitaarwerk sprak me enorm aan.
Mijn eerste single, de al eerder genoemde Peace Of Mind  lag inmiddels al in mijn kamer. Niet ver van ons vandaan was de Kijkgrijp en op een goede dag heb ik mijn spaargeld bj elkaar gelegd en Made In Japan van Deep Purple gekocht.  Na Highway Star begon Child In Time live! Het leven is nooit meer het zelfde geworden.
Met een uiterste dynamiek tussen de orgel van Jon Lord, de stem van Ian Gillan, de stacatto bas van Roger Glover, het drumwerk van Ian Paice en vooral het gitaarwerk van Ritchie Blackmore maakte enorme indruk op me.  De solo wordt vooraf gegaan door een flinke feedback van powerchords van een Fender Stratocaster, aangesloten op een Marshall stack.  De solo gaat beginnen, prachtig hoe Ritchie creatief zijn snaren bewerkt. Maar op een  5’13” veranderd het spel. Er wordt een versnelling ingezet die voor die tijd heel bijzonder was. Nooit had een gitarist zo lang en zo snel een solo gespeeld. Dit kenmerkte het legendarisch staccatogitaarspel van Ritchie. Onvermoeibaar en even creatief duurt de solo voort. Elke noot kent zijn eigen karakter. Hammering on’s, pulling off’s, tremolo bewegingen, triolen worden achter elkaar door gespeeld. Rond 7’25” valt de stilte; ook voor mij.
Deze ervaring zou bepalend zijn voor de komende tien jaren, want op dat moment wist ik dat ik alles wilde leren van de speelstijl Ritchie Blackmore en natuurlijk wilde ik ook een gitaar hebben zoals hij. Helaas zat dat er voor een lange periode niet in, en kon ik alleen maar genieten van de foto’s in de diverse inlays van LP’s en de etalages van de muziekzaken in en rond Haarlem. Maar geen moment verloor de gitaar mijn aandacht. Natuurlijk volgde ik een paar gitaarlessen, maar niemand kon of wilde mij de speelstijl van Ritchie Blackmoreleren. Dat betekende dus voor mij dat ik heel veel aangewezen was op experimenteren en vooral veel luisteren.

Op 16 jarige leeftijd had ik dan eindelijk dan de felbegeerde Fender Stratocaster. Althans, voor mij was het een Fender Stratocaster, maar in feite ging het om een Custom Stratocaster; een merk wat uit de Ibanez Fabriek Hoshino in Japan rolde. De zwarte body, de maple hals en de tremolo waren voor mij het bewijs dat ik op een Stratocaster kon en mocht spelen. Pas in 2005 zou ik eindelijk de echte Fender Stratocaster kopen. En dan nog wel de Fender Stratocaster Ritchie Blackmore signature. Een gitaar die ook in dit boek is opgenomen.
Aan het einde van de jaren 80, de jaren waarin de grote gitaar rockbands de stadions over de hele wereld domineerden, verbreedde ik mijn beeld over de gitaar en de gitaristen. Als eerste in de rij kwam ik in aanraking met Joe Satriani. Nummers als Satch Boogie en Back To Shalla-Bal maakten een enorme indruk op me. Een nieuwe periode brak aan en ik raakte meer en meer geïnspireerd door andere gitaristen. Maar ook mijn voorkeur voor gitaren onderging verandering. De Fender Stratocaster was niet langer meer de ultieme droom, want inmiddels had het merk Ibanez in tegenstelling tot de jaren 70 een eigen lijn van gitaren.
Omdat ik altijd al geïmponeerd was door de bouw van deze gitaren raakte is steeds meer vervoerd van het merk. Gevolg was dat ik langzaam maar zeker een verzameling van met name Ibanez gitaren begon aan te leggen.
Begin jaren 90 zag ik echter in een muziekwinkel in Amsterdam een gitaar hangen die ik nooit eerder gezien of gehoord had;de agressieve en tegelijk krachtige uitstraling, de fluoriderende kleuren. Kortom, liefde op het eerste gezicht.
Deze gitaar, de Ibanez JEM 777 SP, werd in de zomer van 1987 op de Chicago NAMM Show door Steve Vai gepresenteerd. Hoewel ik direct geïmponeerd was van deze gitaar zou het nog tien jaar duren voor ik mezelf een volwaardig fan van deze meester gitarist mocht noemen. Maar inmiddels had mijn voorliefde voor Ibanez al vormen aangenomen.

Medio 2009 kan ik me een verzamelaar noemen met zo’n 25 gitaren om me heen. Speciaal zijn de Ibanez JEM’s die ik inmiddels door de jaren heen heb verzameld. Een mooi moment om een aantal van die gitaren in samenwerking met Arnold Bartman van Fotostudio Arnold Bartman fotografisch vast te leggen  en de daarbij behorende verhalen te vertellen.